Dorpsgeschiedenis



In de achtste eeuw kende men in Friesland twee grote plaatsen: Nordac = Dokkum en Bordonchorn = Oldeboorn.
Bordonchorn betekende zoiets als: in de hoek van de Burdo.

In de elfde eeuw werd zelfs een munt gevonden,met het opschrift: Bordnere. Wellicht had Aldeboarn het recht van de munt. Geheel zeker is dit niet.
Wel had het dorp een jaarlijkse "Merckt" of een "Ommeganck", gehouden 8 dagen na Pinkster. Tevens was het dorp begiftigd met het recht van "Vrije Wage", wat betekent: "De Wage is de grietenije behorende. Ende mach mede niemant yets dat weeghbaar is,elders laten wegen,voor ende aleer het
Waeggelt daer moet betaelt syn".

Ruim l000 jaar geleden was Aldeboarn een aanzienlijke plaats met druk handelsverkeer met andere landen. De Boarn was namenlijk de grote "verkeersader" in het noorden van Nederland. Ze kwam uit in de Middelzee ongeveer ter hoogte van Rauwerd.
Een paar eeuwen dorpsgeschiedenis leert ons, dat Aldeboarn veel Grootschippers heeft voortgebracht. Ze voeren op Holland, naar het Oostzee gebied en zelfs naar Groenland voor de Walvisvaart. Daarnaast
kende men nog: Veer- Koffe- Tjalk- en Smakschippers. Dit schippersgebeuren hield weer in, dat in het dorp veel schuitmakers en hellingen waren als ook smeden en wieldraaiers (touwslagerijen).  
Het aantal kleine neringdoenden was ook erg groot, er was huis aan huis wel een winkeltje te vinden. Wat dit laatste betreft had Aldeboarn ook na de tweede wereldoorlog nog heel wat middenstanders. Er waren nog 10 kruideniers, 10 bakkers, 5 slagers, 3 groenteboeren, 4 manufacturiers en bovendien nog ongeveer 20 lokaties waar iets gemaakt of verkocht werd.
Tot de oorlog waren er ook nog altijd nog verschillende schippers die in Aldeboarn hun domicilie hadden, alsmede een veerdienst en een drietal vrachtrijders. Tevens was er nog een busondernemer in ons dorp gevestigd. De Spar en de zuivelfabriek waren ooit de grote werkgevers, maar nadat deze bedrijven ons dorp verlaten hadden werd het er voor de middenstand niet beter op. 
Voor het overige is Aldeboarn een springlevend dorp gebleven. Voor de eerste levensbehoeften kan men er prima terecht en over de aanwezigheid van grotere bedrijven kan men ook niet ontevreden zijn. 
Aldeboarn heeft een bloeiend verenigingsleven, waarvan de sport een belangrijk deel uitmaakt, zoals: gymnastiek, voetbal, tennis, volleybal, biljarten, roeien en de denksporten dammen en bridge. 
De jaarlijkse Gondelvaart is wijd en zijd bekend.

Aldeboarn is aangewezen als beschermd dorpsgezicht.


Kerkelijke geschiedenis


Van 1200 tot 1400 was Aldeboarn een belangrijk kerkelijk centrum. De katholieke kerk stichtte
kloosters in deze streken en Borndego werd een Dekanaat, met Aldeboarn als zetel van de
Dekenstoel. Rond l600 werd Aldeboarn "Een groot en welbestraat dorp met een schoone Kerck
en Toorn" genoemd.

In 1723 werd de toren van de turfstenen kerk uit de 13e eeuw -de moederkerk van het dekenaat
Borndego- door bliksem verwoest. Om de hoogste toren van Friesland te krijgen gingen de
"Boarnsters"  de tot dan toe hoogste toren, die van Tzum, met een touw meten. Het succes
verdween evenwel, toen de Boarnsters een glaasje gingen drinken en de Tzummers een stuk van
het touw afsneden. De Boarnsters danken hieraan nog de bijnaam
"Tuorkemjitters".
De huidige kerk dateert van 1753 en heeft unieke plafondschilderingen. Het beroemde orgel uit
1779 is geheel gerestaureerd.